# Praktijk of bedrijf aan huis: welke WOZ-waarde en OZB betaal je?

> Heb je een praktijk, salon of bedrijf aan huis? Je krijgt één WOZ-waarde. Lees wanneer je woning een niet-woning wordt voor de OZB en wat je dan controleert.

Bron: https://kloptmijnwoz.nl/kennisbank/woz-praktijk-aan-huis
Bijgewerkt: 2026-10-14
Uitgever: Klopt mijn WOZ (kloptmijnwoz.nl)

**Kort antwoord:** Ook met een praktijk of bedrijf aan huis krijg je één WOZ-waarde voor het hele pand. Voor de OZB kijkt de gemeente welk deel van die waarde bij het woongedeelte hoort. Is dat 70% of meer, dan blijft het pand een woning en betaal je alleen het woningtarief. Is het minder, dan wordt het een niet-woning: je betaalt dan een hoger eigenarentarief en als gebruiker ook OZB over het bedrijfsdeel.

## Krijg je een aparte WOZ-waarde voor je praktijk?

Meestal niet. Woon en werk je in hetzelfde pand, dan is dat in de regel één WOZ-object met één WOZ-waarde. De praktijkruimte, de wachtkamer of de salon zit gewoon in die waarde. Volgens de Waarderingskamer heeft een woondeel geen invloed op de hoogte van de WOZ-waarde. Het gaat alleen om hoe de gemeente die waarde daarna gebruikt.

Een uitzondering is een deel van het pand dat een eigen gebruiker heeft, bijvoorbeeld als je de praktijkruimte verhuurt aan iemand anders. Dan kan de gemeente dat deel als apart WOZ-object afbakenen, met een eigen waarde en een eigen beschikking. Hoe die afbakening werkt, lees je in [wat een WOZ-object is](https://kloptmijnwoz.nl/kennisbank/woz-object-objectnummer).

## Wanneer is je pand voor de OZB nog een woning?

De gemeente heft OZB met aparte tarieven voor woningen en niet-woningen (art. 220f Gemeentewet). Bij een pand dat deels woning en deels bedrijf is, beslist de waarde. Een pand dient "in hoofdzaak tot woning" als de WOZ-waarde in hoofdzaak toe te rekenen is aan de delen die tot woning dienen of daar volledig aan dienstbaar zijn, zoals een garage of tuin (art. 220a lid 2 Gemeentewet).

De Waarderingskamer legt "in hoofdzaak" uit als **70% of meer** van de waarde. Het gaat dus niet om het aantal vierkante meters, maar om het deel van de WOZ-waarde dat bij het wonen hoort.

- **70% of meer woondeel:** het hele pand is een woning. Je betaalt als eigenaar het woningtarief over de hele WOZ-waarde. Er is geen OZB voor gebruikers.
- **Minder dan 70% woondeel:** het pand is een niet-woning. Je betaalt als eigenaar het tarief voor niet-woningen over de hele WOZ-waarde. En de gebruiker betaalt OZB over de waarde zonder het woondeel (art. 220 onder a en art. 220e Gemeentewet).

Ben je eigenaar en gebruik je de praktijk zelf, dan krijg je bij een niet-woning dus twee aanslagen: een als eigenaar en een als gebruiker.

## Wat scheelt dat in geld?

Een rekenvoorbeeld met de gemiddelde tarieven van 2026 (COELO): 0,0871% voor eigenaren van woningen, 0,3401% voor eigenaren van niet-woningen en 0,2395% voor gebruikers van niet-woningen. Je pand heeft een WOZ-waarde van € 600.000.

- **Het pand telt als woning:** € 600.000 × 0,0871% = **€ 522,60** per jaar.
- **Het pand telt als niet-woning, met een woondeel van 40%:** eigenaar € 600.000 × 0,3401% = € 2.040,60. Gebruiker: de waarde zonder woondeel is € 360.000, dus € 360.000 × 0,2395% = € 862,20. Samen **€ 2.902,80** per jaar.

Het verschil is groot. De tarieven van jouw gemeente kunnen flink afwijken van het gemiddelde. Met de [OZB-calculator](https://kloptmijnwoz.nl/tools/ozb-berekenen) reken je het na. Meer over de tarieven staat in [OZB: wat is het en hoe wordt het berekend](https://kloptmijnwoz.nl/kennisbank/ozb-onroerendezaakbelasting).

## Voorbeelden: huisarts, kapsalon en kantoor aan huis

- **Huisarts met praktijk in het huis.** Wachtkamer, spreekkamers en een eigen ingang kunnen samen een groot deel van de waarde zijn. Komt het woondeel onder de 70%, dan rekent de gemeente het pand als niet-woning.
- **Kapsalon in de voorkamer.** Hoort minder dan 30% van de waarde bij de salon, dan blijft het hele pand een woning voor de OZB. Je betaalt dan geen OZB als gebruiker.
- **Kantoor aan huis in een slaapkamer.** Een kamer met een bureau is maar een klein deel van de waarde. Je huis blijft dan een woning. Volgens de Belastingdienst hoort je woning in dat geval ook voor de inkomstenbelasting helemaal bij je privévermogen.

Of jouw pand over de grens gaat, hangt af van de verdeling van de waarde. Hoe de gemeente die verdeling maakt, verschilt per gemeente. Staat het niet in je taxatieverslag, vraag dan aan de gemeente welk deel van de WOZ-waarde zij aan het woondeel toerekent en hoe ze dat heeft berekend.

## Wat betekent een praktijk aan huis voor het eigenwoningforfait?

Voor de inkomstenbelasting telt alleen het deel waarin je woont als eigen woning. Gebruik je een deel van je woning voor je onderneming, dan geef je volgens de Belastingdienst in je aangifte een **aangepaste WOZ-waarde** op. Het [eigenwoningforfait](https://kloptmijnwoz.nl/kennisbank/eigenwoningforfait) bereken je dan over die lagere waarde. De Waarderingskamer noemt als voorbeeld een woning met een kleine praktijkruimte: de praktijkruimte staat ter beschikking van de onderneming, dus corrigeer je de WOZ-waarde voor die ruimte. Leg vast hoe je die correctie hebt berekend, want de Belastingdienst kan erom vragen.

Hoort de woning bij je ondernemingsvermogen, dan geldt een andere regeling: je telt dan een woningforfait op bij je winst. Twijfel je welke situatie voor jou geldt, vraag het dan na bij de BelastingTelefoon of een adviseur.

## Wat controleer je en hoe maak je bezwaar?

Controleer drie dingen:

1. **De WOZ-waarde zelf.** Is die te hoog, dan maak je bezwaar tegen de WOZ-beschikking. Dat doe je binnen zes weken na de dagtekening (art. 6:7 Awb).
2. **Woning of niet-woning.** Op je aanslagbiljet zie je welk tarief de gemeente rekent en of je een aanslag als gebruiker krijgt. Gebruik je het bedrijfsdeel nauwelijks meer, of is het woondeel groter dan de gemeente denkt, dan maak je bezwaar tegen de OZB-aanslag. Ook daarvoor heb je zes weken.
3. **De verdeling van de waarde.** Vraag de onderbouwing op. Let op ruimtes die bij het wonen horen maar als bedrijf zijn meegeteld, zoals een garage of tuin die je privé gebruikt.

Dat zo'n bezwaar kan slagen, laat een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant uit 2018 zien. Een eigenaar woonde boven zijn bedrijfspand, maar gebruikte het bedrijfsdeel op 1 januari vooral privé. De rechtbank vond dat ten minste 70% van de waarde bij het wonen hoorde. De gebruikersaanslag verviel en de eigenarenaanslag ging naar het woningtarief.

Het moment dat telt, is het begin van het kalenderjaar. Stop je in de loop van het jaar met je praktijk, dan verandert dat de OZB voor dat jaar niet.

## Veelgestelde vragen

### Betaal ik meer OZB als ik een praktijk aan huis heb?

Alleen als de gemeente je pand als niet-woning ziet. Dat gebeurt als minder dan 70% van de WOZ-waarde bij het woondeel hoort. Je betaalt dan het hogere tarief voor niet-woningen en als gebruiker ook OZB over het bedrijfsdeel.

### Wordt mijn woning een niet-woning als ik thuis op een kamer werk?

Nee. Een kamer die je als kantoor gebruikt, is maar een klein deel van de waarde. Je pand blijft dan voor de OZB een woning en je betaalt alleen het woningtarief.

### Welke WOZ-waarde vul ik in voor het eigenwoningforfait als ik een praktijk aan huis heb?

Gebruik je een deel van je woning voor je onderneming, dan telt alleen het deel waarin je woont als eigen woning. Je vult dan een aangepaste, lagere WOZ-waarde in. Bewaar hoe je die hebt berekend.

### Tegen welk besluit maak ik bezwaar als de gemeente mijn huis als niet-woning ziet?

Tegen de OZB-aanslag, binnen zes weken na de dagtekening. Vind je ook de WOZ-waarde te hoog, maak dan ook bezwaar tegen de WOZ-beschikking. Die staan meestal op hetzelfde aanslagbiljet.

## Bronnen

- [Gemeentewet, art. 220 (OZB voor gebruikers van niet-woningen en voor eigenaren)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=220)
- [Gemeentewet, art. 220a lid 2 (wanneer een onroerende zaak in hoofdzaak tot woning dient)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=220a)
- [Gemeentewet, art. 220e (woondelen tellen niet mee voor de OZB van gebruikers)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=220e)
- [Gemeentewet, art. 220f (aparte tarieven voor woningen en niet-woningen)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=220f)
- [Waarderingskamer, Vraagbaak waardebepaling Wet WOZ: hoofdstuk 14 Gebruik van de WOZ-waarde](https://www.waarderingskamer.nl/voor-gemeenten/hulpmiddelen/vraagbaak-waardebepaling-wet-woz/hoofdstuk-14-gebruik-van-de-woz-waarde)
- [Belastingdienst: wat hoort er bij de eigen woning? (woning gebruikt voor onderneming)](https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/woning/eigen-woning/wat-is-een-eigen-woning/wat-hoort-bij-eigen-woning)
- [Belastingdienst: zakelijk gebruik woning](https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/woning/eigenwoningforfait/zakelijk-gebruik-woning/privegebruik_woning)
- [Rechtbank Oost-Brabant 8 maart 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:1015 (bedrijfspand met bovenwoning is voor de OZB een woning)](https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBOBR:2018:1015)
- [COELO, Atlas van de lokale lasten 2026 (online)](https://www.coelo.nl/online-atlas/landelijk2026.php)
- [Awb, art. 6:7 (bezwaartermijn zes weken)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=6&artikel=6:7)

---

Controleer je eigen WOZ-beschikking gratis op https://kloptmijnwoz.nl/check.
