Huizen worden nog duurder, maar kopers krijgen meer ruimte. Volgens de NVM kostte een bestaande woning in het derde kwartaal van 2026 gemiddeld € 503.000, 1,8 procent meer dan een jaar eerder. Er staan meer huizen te koop en minder kopers bieden over. Op je WOZ-beschikking van februari 2027 heeft dit weinig invloed, want die gaat over de waarde op 1 januari 2026. De verkopen van dit jaar zijn wel het materiaal waarmee de gemeente straks je WOZ-waarde voor 2028 onderbouwt.
Wat is er gebeurd
De NVM publiceerde op 8 oktober 2026 de cijfers over juli tot en met september. Ze gaan over woningen die NVM-makelaars verkochten:
- Prijs: gemiddeld € 503.000, 1,8 procent hoger dan in het derde kwartaal van 2025.
- Verkopen: ongeveer 41.700 bestaande woningen. Dat is ongeveer evenveel als een jaar eerder en 8 procent minder dan in het tweede kwartaal.
- Aanbod: 39.000 bestaande woningen te koop, 24 procent meer dan een jaar eerder. Vooral het aantal appartementen groeide, mede doordat voormalige huurwoningen te koop werden gezet. Bij tussen- en hoekwoningen was het aanbod 30 procent groter.
- Overbieden: bij bijna twee derde van de verkochte woningen betaalde de koper meer dan de vraagprijs. Een jaar eerder was dat 71 procent.
- Verkooptijd: gemiddeld 31 dagen, tegen 29 dagen een jaar eerder.
- Krapte-indicator: 2,8, tegen 2,3 een jaar eerder. Hoe hoger dit getal, hoe meer keus een koper heeft.
Verschillen per regio en woningtype
De gemiddelde stijging zegt weinig over jouw straat. Volgens de NVM:
- stegen de prijzen in Zuidwest-Drenthe met 8,3 procent en in Noord-Limburg met 6,7 procent;
- bleef de stijging in Groot-Amsterdam beperkt tot 0,6 procent;
- daalden de prijzen licht in Zeeuws-Vlaanderen, de rest van Zeeland en de regio's Haarlem en Leiden;
- werden appartementen en tussenwoningen 1,2 procent duurder, en twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande huizen ruim 3 procent.
De NVM-cijfers zijn niet hetzelfde als die van CBS en Kadaster. Het CBS meet de prijsontwikkeling met een prijsindex die rekening houdt met verschillen in kwaliteit tussen woningen, en niet met de gemiddelde verkoopprijs. Volgens die index waren koopwoningen in augustus 2026 3,3 procent duurder dan een jaar eerder. Het NVM-gemiddelde verschuift ook als er in een kwartaal meer appartementen of juist meer vrijstaande huizen worden verkocht.
Wat betekent dit voor jou
Voor de WOZ telt de waarde op één dag. Voor belastingjaar 2028 is dat 1 januari 2027. De gemeente gebruikt verkopen rond die datum en rekent verkopen van eerder of later terug of door. Verkopen van dit najaar kunnen dus als referentiewoning op je beschikking van 2028 staan.
Woon je in een appartement of tussenwoning, of in een regio waar de prijzen nauwelijks stijgen, dan kan jouw waarde achterblijven bij het landelijke gemiddelde. Gebruikt de gemeente straks vooral verkopen van vrijstaande huizen of van woningen in een duurdere buurt, dan is dat een concreet punt voor bezwaar.
Wat kun je doen
- Je WOZ-beschikking voor 2027 komt eind februari 2027. Zet een WOZ-herinnering zodat je de bezwaartermijn van zes weken niet mist.
- Controleer dan of de referentiewoningen echt op jouw woning lijken: type, grootte, bouwjaar en buurt.
- Lees waarom een vraagprijs of verkoopprijs van nu niet zomaar je WOZ-waarde is in WOZ-waarde en verkoopprijs.