Naar de inhoud
Klopt mijn WOZ?

Hoge Raad: OZB-tarief moet binnen dezelfde groep voor iedereen gelijk zijn

Redactie Klopt mijn WOZ

Een gemeente mag het OZB-tarief niet via een omweg voor een deel van de belastingbetalers verlagen. Dat oordeelde de Hoge Raad op 9 oktober 2026. De zaak ging over bedrijfspanden, maar de regel geldt ook voor woningen: alle eigenaren van een woning in dezelfde gemeente betalen hetzelfde tarief. Is jouw aanslag hoger dan die van je buren, dan komt dat door je WOZ-waarde.

Wat is er gebeurd

De gemeente Súdwest-Fryslân heft sinds 2016 een opslag op de OZB voor niet-woningen: 0,033 procentpunt voor eigenaren en 0,027 procentpunt voor gebruikers. De opbrengst gaat elk jaar als subsidie naar de Stichting Ondernemersfonds, die het geld over 89 gebieden verdeelt.

Via een teruggaafregeling van die stichting kregen sommige ondernemers hun opslag op verzoek volledig terug:

  • agrarische bedrijven automatisch, op grond van een afspraak met LTO Nederland;
  • andere ondernemers alleen als hun ondernemersvereniging of een meerderheid van de ondernemers in hun gebied daarvoor koos.

Zeventien eigenaren en gebruikers van bedrijfspanden vielen buiten die groepen en betaalden de opslag dus echt. Zij gingen in bezwaar en beroep tegen hun aanslagen over 2021. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gaf hun op 14 januari 2025 gelijk. Het college van burgemeester en wethouders ging in cassatie, maar de Hoge Raad verklaarde dat beroep ongegrond.

Wat zegt de Hoge Raad

Artikel 220f lid 1 Gemeentewet kent drie soorten OZB: de eigenarenbelasting voor woningen, de eigenarenbelasting voor niet-woningen en de gebruikersbelasting voor niet-woningen. De tarieven mogen tussen die drie verschillen, maar niet binnen één categorie. Volgens de Hoge Raad geldt dat verbod voor elke vorm van tariefverschil, niet alleen voor tarieven die oplopen met het inkomen. Alleen lid 2 maakt een uitzondering mogelijk: een lager tarief voor instellingen van maatschappelijk belang.

De belastingrechter kijkt daarbij verder dan de belastingverordening. Ook regels en besluiten van de raad of het college daarbuiten tellen mee, als ze het tarief voor een deel van de belastingbetalers feitelijk verlagen. Dat geldt ook als die verlaging loopt via een stichting. Hier was de gemeente vanaf het begin nauw bij de teruggaafregeling betrokken. De verordening is daarom onverbindend voor zover het tarief de opslag betreft.

Wat betekent dit voor jou

Heb je een woning, dan verandert er niets aan je aanslag. De uitspraak bevestigt wel dat jouw tarief hetzelfde is als dat van elke andere woningeigenaar in je gemeente. De enige knop waar je zelf aan kunt draaien, is je WOZ-waarde. Is die te hoog, dan betaal je meer OZB dan nodig.

Heb je een bedrijfspand in een gemeente waar een deel van de ondernemers een OZB-opslag terugkrijgt en jij niet? Dan kan deze uitspraak voor jou van belang zijn. Of jouw gemeente een vergelijkbare regeling heeft, verschilt per gemeente. Het hangt onder meer af van hoe nauw de gemeente bij de teruggave betrokken is.

Wat kun je doen

  • Controleer of je aanslag klopt: WOZ-waarde maal het tarief van je gemeente. Reken het na met de OZB-calculator.
  • Bezwaar tegen een aanslag maak je binnen zes weken na de dagtekening. Zie de bezwaartermijn-tool voor je precieze einddatum.
  • Lees hoe de OZB werkt en hoe je WOZ-bezwaar doorwerkt in je aanslag in OZB: onroerendezaakbelasting.

Bronnen4

De officiële bronnen waarop dit bericht steunt.
  1. Hoge Raad 9 oktober 2026, ECLI:NL:HR:2026:1629 (OZB-opslag met retributieregeling, Súdwest-Fryslân)
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 januari 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:156
  3. Gemeentewet, art. 220f (tarieven onroerendezaakbelastingen)
  4. VNG: voorlopig geen oplossing voor toepassing lager ozb-tarief (art. 220f lid 2 Gemeentewet)