Kort antwoord
De meeste fouten zitten in de gegevens van je woning: een te grote oppervlakte, een verkeerd woningtype of bouwjaar, een bijgebouw of dakkapel die er niet is, een te groot perceel of een te hoge score voor onderhoud of kwaliteit. Daarnaast zijn de referentiewoningen soms slecht vergelijkbaar. Een feitelijke fout los je vaak al met een telefoontje op; anders onderbouw je hem in je bezwaar met BAG, Kadaster, foto's of tekeningen.
Wil je weten of dit voor jouw woning speelt? Doe de gratis WOZ-check
In dit artikel12 onderdelen
- Waarom er fouten in sluipen
- 1. Verkeerde gebruiksoppervlakte
- 2. Verkeerd bouwjaar
- 3. Verkeerd woningtype
- 4. Een aanbouw, dakkapel of bijgebouw die er niet is
- 5. Te groot perceel
- 6. Onderhoud of kwaliteit te hoog ingeschat
- 7. Ligging niet goed meegenomen
- 8. Slechte referentiewoningen
- Wat doe je als je een fout vindt?
- Veelgestelde vragen
- Bronnen
Waarom er fouten in sluipen
Gemeenten taxeren alle woningen tegelijk met een rekenmodel. Dat model is zo goed als de gegevens die erin gaan. Die gegevens komen uit de BAG, het Kadaster, luchtfoto's, straatfoto's, bouwvergunningen en eerdere opnames. Een taxateur komt meestal niet binnen. De Waarderingskamer vraagt gemeenten de kenmerken van elke woning minstens eens in de vijf jaar te controleren en gevonden fouten binnen acht weken te herstellen. Tussendoor kan er dus iets verkeerd staan.
Hieronder de fouten die je het vaakst tegenkomt, met wat ze betekenen en hoe je ze aantoont. Lees eerst hoe je het taxatieverslag leest als je dat nog niet hebt gedaan.
1. Verkeerde gebruiksoppervlakte
Meer vierkante meters betekent een hogere waarde. Fouten ontstaan door een zolder die als woonruimte is meegeteld terwijl hij lager is dan 1,5 meter, een inpandige garage die als wonen telt, of een uitbouw die dubbel is meegenomen.
Bewijs: de BAG-oppervlakte uit de BAG Viewer, een plattegrond met maten of een meetrapport volgens de Meetinstructie gebruiksoppervlakte woningen. Meer in gebruiksoppervlakte controleren.
2. Verkeerd bouwjaar
Een nieuwer bouwjaar geeft vaak een hogere waarde. Let op: een renovatie geeft volgens de Waarderingskamer geen nieuw bouwjaar. Alleen bij volledige sloop en herbouw hoort een nieuw bouwjaar. Een aanbouw of serre kan wel een eigen bouwjaar hebben.
Bewijs: het bouwjaar in de BAG, je koopakte of de bouwvergunning.
3. Verkeerd woningtype
Een hoekwoning is meestal meer waard dan een tussenwoning, en een twee-onder-een-kap meer dan een hoekwoning. Een appartement dat als maisonnette of benedenwoning met tuin is ingedeeld, kan ook verkeerd uitpakken.
Bewijs: een foto van de voorgevel en de straat, en de kadastrale kaart waarop je ziet aan hoeveel kanten je woning vastzit.
4. Een aanbouw, dakkapel of bijgebouw die er niet is
Dakkapellen, garages, tuinhuizen en zonnepanelen zijn objectdelen die apart in de waarde kunnen zitten. Soms staat er een vergunning in het systeem voor iets dat nooit is gebouwd, of is een bijgebouw al gesloopt. Het omgekeerde komt ook voor, maar daar heb je in bezwaar geen belang bij.
Bewijs: recente foto's van de achterkant, het dak en de tuin, met datum. Is iets gesloopt, noteer wanneer.
5. Te groot perceel
Grond telt bij een grondgebonden woning zwaar mee. Fouten ontstaan als een perceel van de buren, een gezamenlijk achterpad of een strook gemeentegrond is meegerekend. Zie perceel en bijgebouwen.
Bewijs: je eigen kadastrale gegevens, die je gratis inziet via MijnOverheid, en je koopakte.
6. Onderhoud of kwaliteit te hoog ingeschat
De taxateur geeft je woning een score voor onderhoud, kwaliteit, voorzieningen en ligging zonder binnen te zijn geweest. Is je keuken van 1985, lekt het dak of zit er houtrot in de kozijnen, dan kan een standaardscore te hoog zijn. Het gaat om de staat op de toestandspeildatum, meestal 1 januari 2026 voor belastingjaar 2027.
Bewijs: gedateerde foto's, een bouwkundig rapport of offertes van een aannemer. Vraag om een opname in je woning.
7. Ligging niet goed meegenomen
Een woning aan een drukke weg, naast een spoorlijn of met uitzicht op een bedrijfspand is meestal minder waard dan dezelfde woning om de hoek. Krijg je dezelfde liggingsscore als woningen aan een rustig plein, dan is dat een punt.
Bewijs: een kaartje, foto's van het uitzicht en, als die er zijn, geluidskaarten van de gemeente of provincie.
8. Slechte referentiewoningen
De referenties zijn groter, nieuwer, beter onderhouden of liggen in een betere straat, en de gemeente heeft daar niet of te weinig voor gecorrigeerd. Of ze zijn lang voor of na de waardepeildatum verkocht. Lees referentiewoningen controleren.
Wat doe je als je een fout vindt?
- Bel of mail de gemeente of belastingsamenwerking. Volgens de Waarderingskamer worden fouten in het taxatieverslag vaak direct aangepast.
- Maak binnen zes weken bezwaar als dat niet gebeurt of als je twijfelt. Een telefoontje houdt de termijn niet tegen. Zie bezwaartermijn.
- Vraag de onderliggende gegevens op als je wilt weten hoe zwaar een kenmerk telde (art. 40 lid 2 Wet WOZ).
Klopt het taxatieverslag maar staat de BAG fout, meld dat dan via de BAG Viewer. Zo'n melding is geen bezwaar tegen je WOZ-waarde.
Veelgestelde vragen
Is een fout in het taxatieverslag genoeg voor een lagere WOZ-waarde?
Niet altijd. Een fout telt pas als die de waarde beïnvloedt. Een verkeerd bouwjaar van één jaar maakt weinig uit, tien vierkante meter te veel meestal wel.
Moet de gemeente mijn woning van binnen bekijken?
Nee. Gemeenten taxeren meestal op basis van registraties en foto's. In bezwaar kun je zelf vragen om een opname in je woning, bijvoorbeeld als je achterstallig onderhoud wilt laten zien.
Welk bewijs is het sterkst?
Objectieve stukken: een meetrapport, de BAG, je kadastrale gegevens, de koopakte en gedateerde foto's. Een rapport van een bouwkundige of offertes helpen bij onderhoud.
Kan ik een fout ook na de bezwaartermijn nog laten herstellen?
Soms. Je kunt de gemeente vragen de waarde ambtshalve te verminderen. Daartoe is ze alleen verplicht als de juiste waarde minstens 20% én minstens € 5.000 lager is. Zie [termijn gemist](/kennisbank/termijn-gemist).
Bronnen8
- Waarderingskamer: het WOZ-taxatieverslag
- Waarderingskamer, Vraagbaak waardebepaling: hoofdstuk 2 Objectkenmerken
- Waarderingskamer: hoe wordt de gebruiksoppervlakte bepaald?
- Waarderingskamer: Meetinstructie gebruiksoppervlakte woningen (juli 2019)
- Kadaster: BAG Viewer
- Kadaster: eigen kadastrale gegevens gratis inzien via MijnOverheid
- Wet WOZ, art. 40 lid 2 (afschrift van de gegevens achter de waarde)
- Waarderingskamer, Vraagbaak waardevaststelling: hoofdstuk 13 Ambtshalve vermindering
Handige rekenhulpen
Lees ook
- WOZ-taxatieverslag lezen: zo begrijp je elk onderdeelHoe lees je je WOZ-taxatieverslag? Uitleg per onderdeel: kenmerken, scores voor kwaliteit en onderhoud, referenties, geïndexeerde prijs en grondstaffel.
- Gebruiksoppervlakte in je WOZ-taxatie: zo controleer je dieWijkt de gebruiksoppervlakte in je WOZ-taxatieverslag af van de BAG? Zo wordt er gemeten, wat wel en niet meetelt en wat je doet bij een verschil.
- Perceel en bijgebouwen in je WOZ-taxatie controlerenKlopt de grondoppervlakte in je WOZ-taxatie, en bestaan de garage, schuur en berging echt? Zo controleer je perceel en bijgebouwen via Kadaster en BAG.
- Referentiewoningen in je WOZ-taxatieverslag controlerenZo controleer je of de verkochte woningen in je taxatieverslag echt vergelijkbaar zijn met jouw woning.