Naar de inhoud
Klopt mijn WOZ?

Belasting en geld

WOZ-waarde in box 3: tweede woning en verhuurde woning

Hoe telt een tweede of verhuurde woning mee in box 3? Lees welke WOZ-waarde je invult, hoe de leegwaarderatio werkt en wat er vanaf 2028 kan veranderen.

Bijgewerkt 5 min lezen7 bronnen

Kort antwoord

Een tweede woning of verhuurde woning in Nederland geef je in box 3 aan voor de WOZ-waarde. Voor de aangifte over 2026 is dat de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2025, dus de beschikking die je begin 2026 kreeg. Is de woning verhuurd met huurbescherming, dan tel je een percentage van de WOZ-waarde mee: de leegwaarderatio, tussen 73% en 100%.

Wil je weten of dit voor jouw woning speelt? Doe de gratis WOZ-check

In dit artikel8 onderdelen

Wanneer valt een woning in box 3?

Je eigen woning, je hoofdverblijf, valt in box 1. Een woning die je niet zelf als hoofdverblijf gebruikt, valt in box 3. Denk aan een vakantiewoning of een woning die je verhuurt. Box 3 belast je vermogen op 1 januari van het jaar. Voor een woning in Nederland is de WOZ-waarde het uitgangspunt.

De Belastingdienst maakt onderscheid tussen een 2e woning (bijvoorbeeld een vakantiehuis dat je zelf gebruikt) en een verhuurde woning. Een verhuurde woning geef je op als "overige onroerende zaak".

Welke WOZ-waarde vul je in?

Box 3 kijkt naar je bezittingen op 1 januari van het belastingjaar. Voor een woning in Nederland gebruik je de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari van het jaar daarvoor. Dat is de WOZ-waarde die geldt voor het belastingjaar zelf.

Aangifte over Peildatum box 3 WOZ-waarde met waardepeildatum Beschikking ontvangen
2025 1 januari 2025 1 januari 2024 begin 2025
2026 1 januari 2026 1 januari 2025 begin 2026
2027 1 januari 2027 1 januari 2026 eind februari 2027

Let op: je gebruikt dus niet de beschikking van het jaar daarna. De Belastingdienst schrijft voor de aangifte 2026 letterlijk dat het voor een woning in Nederland gaat om de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2025.

Heb je de woning in erfpacht, dan trek je de waarde van de toekomstige canons af: zeventien keer de jaarlijkse canon.

Verhuurde woning: de leegwaarderatio

Een verhuurde woning is minder waard dan een leeg huis, omdat de huurder huurbescherming heeft. Daarom tel je een percentage van de WOZ-waarde mee. Dat percentage hangt af van de jaarhuur (kale huur × 12) als percentage van de WOZ-waarde:

Jaarhuur als % van WOZ-waarde Je telt mee
tot 1% 73%
meer dan 1% tot 2% 79%
meer dan 2% tot 3% 84%
meer dan 3% tot 4% 90%
meer dan 4% tot 5% 95%
meer dan 5% 100%

Er zijn uitzonderingen. Bij tijdelijke verhuur, zoals vakantieverhuur, tel je altijd 100% mee. Verhuur je aan iemand met wie je een band hebt voor een lagere huur dan gebruikelijk, dan ook 100%.

Rekenvoorbeeld

Je verhuurt een appartement voor € 950 kale huur per maand. De WOZ-waarde voor 2026 (waardepeildatum 1 januari 2025) is € 300.000.

  • Jaarhuur: € 950 × 12 = € 11.400.
  • Als percentage van de WOZ-waarde: € 11.400 / € 300.000 = 3,8%.
  • Dat valt in de schijf "meer dan 3% tot 4%": je telt 90% mee.
  • Waarde in box 3 op 1 januari 2026: 90% × € 300.000 = € 270.000.

Was de WOZ-waarde € 20.000 lager geweest, dan telde je € 18.000 minder mee in box 3. Een te hoge WOZ-waarde werkt dus ook door in je vermogensbelasting. Daartegen maak je bezwaar bij de gemeente, binnen zes weken na de dagtekening. Lees hoe je bezwaar maakt.

Lager werkelijk rendement aantonen

Tot er nieuwe box 3-wetgeving is, rekent de Belastingdienst met een fictief rendement. Is je werkelijke rendement lager, dan mag je dat aantonen. Bij een 2e woning tellen dan ook de waardestijging en de inkomsten mee. Kosten zoals onderhoud mag je daarbij niet aftrekken. Een investering die de WOZ-waarde verhoogde, mag je wel van de WOZ-waarde aan het eind van het jaar aftrekken.

Wat verandert er in 2027 en daarna?

De Tweede Kamer nam de Wet werkelijk rendement box 3 op 12 februari 2026 aan. Volgens dat wetsvoorstel gaat box 3 per 1 januari 2028 uit van het werkelijke rendement. De Eerste Kamer besloot op 30 juni 2026 de stemming aan te houden tot een aangekondigde wijziging (novelle) is behandeld. Begin oktober 2026 was er in de Eerste Kamer nog niet over gestemd.

In een Kamerbrief van 29 september 2026 stelt het kabinet nieuwe stappen voor:

  • In 2027 gaat het forfait voor overige bezittingen, waaronder volgens de brief huurinkomsten en het voordeel uit eigen gebruik van onroerende zaken, met 1,5 procentpunt omhoog. Het heffingsvrij vermogen gaat terug naar € 30.846.
  • Per 2028 komt er een vermogenswinstbelasting voor financiële instrumenten, zoals aandelen en obligaties.
  • Voor de overige vermogensbestanddelen volgt de overstap naar een volledige vermogenswinstbelasting in 2030. Wat dat precies betekent voor een tweede of verhuurde woning, staat niet met zoveel woorden in de brief.

Volgens de brief moet de novelle vóór 31 december 2026 door de Eerste Kamer zijn aangenomen. Niets hiervan is al wet. Lees meer in ons nieuwsbericht over box 3 in 2027.

Veelgestelde vragen

Welke WOZ-waarde vul ik in voor mijn tweede woning in de aangifte 2026?

De WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2025. Dat is de beschikking die je begin 2026 van de gemeente kreeg.

Wat is de leegwaarderatio?

Het percentage van de WOZ-waarde dat je meetelt voor een verhuurde woning met huurbescherming. Het ligt tussen 73% en 100% en hangt af van de jaarhuur als percentage van de WOZ-waarde.

Geldt de leegwaarderatio ook voor een vakantiewoning die ik verhuur?

Nee. Bij tijdelijke verhuur, zoals vakantieverhuur, tel je altijd 100% van de WOZ-waarde mee.

Gaat box 3 in 2028 echt over op werkelijk rendement?

Dat staat nog niet vast. De Eerste Kamer hield de stemming op 30 juni 2026 aan tot een aangekondigde novelle is behandeld. Volgens de Kamerbrief van 29 september 2026 gaan per 2028 alleen financiële instrumenten over op een vermogenswinstbelasting en volgen de overige bezittingen in 2030.

Bronnen7

De officiële bronnen waarop dit artikel steunt.
  1. Belastingdienst, toelichting aangifte 2026: bezittingen en schulden (box 3)
  2. Belastingdienst: 2e woning (zoals een vakantiewoning) in box 3
  3. Belastingdienst: wat is mijn werkelijk rendement?
  4. Rijksoverheid: plannen kabinet voor heffing op werkelijk rendement in box 3
  5. Eerste Kamer: Wet werkelijk rendement box 3 (36.748), stand van zaken
  6. Eerste Kamer, 30 juni 2026: Senaat houdt stemming box 3-wet aan
  7. Kamerbrief 'Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid', 29 september 2026 (Kamerstuk 37020, nr. 62)

Handige rekenhulpen

Lees ook